Bij gereedschap met een losse acculader (geen USB-lader), zoals die van de 8220:
De oplader kan detecteren of de accu volledig is opgeladen. De indicatielampjes op de oplader kunnen in dat geval snel om de beurt gaan branden, waardoor het lijkt alsof de accu niet wordt opgeladen. Dit kun je controleren door de accu weer uit de oplader te halen, deze aan te zetten en te kijken welke kleur het lampje van de brandstofmeter heeft. Als het lampje groen is, is het gereedschap klaar voor gebruik. Het hoeft niet te worden opgeladen. Op de oplader zelf gaan geen lampjes branden. Alle signalen worden weergegeven op het gereedschap zelf. Wanneer de accupolen in het gereedschap contact maken met de oplader, wordt de toestand van de accu door het gereedschap beoordeeld. Als de accu moet worden opgeladen, lichten de blauwe lampjes op het gereedschap (deze geven de snelheid aan), afhankelijk van het type, van boven naar beneden of van links naar rechts op, terwijl het gereedschap de lading opneemt. Als de accu te warm of te koud is, zal de accu niet direct gaan opladen. Er vindt dan opnieuw een beoordeling plaats. Het opladen begint zodra het gereedschap de juiste temperatuur heeft bereikt.
Bij gereedschap met een USB-lader, zoals de Lite (7760):
Wanneer het gereedschap bezig is met opladen, brandt het indicatielampje. Wanneer het lampje uit is, is de accu opgeladen.